Arson-Brandstichting 1722 in Laren
__________________________________________________________________________
Jeugdige brandstichtster
Op 6 oktober 1722 stond in Naarden voor poging tot
brandstichting terecht Jannetje Claas Proel. Hieronder een
gedeelte van het verhoor en vonnis, zoals dat is vastgelegd
in de Criminele Rol van Naarden.
Jannetje Claas Proel tussen 13 en 14 jaar uit Laren .......
in een kopje een koolvuur van de haart van haar vader Claas Jansz
Proel hadde genomen en t'selve gelegt onder een schelf stroo,
groot 300 bossen, staande omtrent 1 a 2 voeten ten zuyden het
huijs alwaar haar vader en moeder in was wonende, dat daar kort
als de voorn schelfstroo beginnen te smeulen en enigsints van
brand te geraken gelukkig is geblust geworden.
Dat sij gedetineerde vervolgens siende dat haar onnatuurlijke
voornemen was mislukt te selvigen dage des namiddags tusschen
drie en vier uijren (als wanneer haar gedetineerde moeder bij een
van haar buren was gegaan) weder heeft genomen enig vuur van
de voornoemde haardstede en t'selve gelegt onder een schelfstroo
staande ten zuyden omtrent 5 a 6 voeten van het voorn huijs
alwaar de wint alsdoen op was aankomende waardoor dezelve
mede in brand is geraakt en geheel verteert geworden en door t
'twelke brand vervolgens de bomen tegen de voorn schelfstroo
gestaan hebben de voor een gedeelte als mede de want van de
voorn schuur en het riete dak aan brand is geraakt . ......... dat
sij sulx hadde gedaan om seeckere Barber Piters (die op cragtige
presentie ter sake voorn op de Stadhuijze alhier enige tijd heeft
gezeten) te beschuldigen uijt nijdigheit, en was het mogelijk gem.
Barber Piters te brengen in handen van justitie. Dat sij
gedetineerde enige tijd geleden een doosje en daarin 10 duyten
hadde genomen uijt het huijs van Lamb. Jansz tot Laren
toebehorende deselfs dogter. ........ enz
sal werden gebragt ter plaatse daar men alhier gewoon is
publicque Criminele justitie te doen, en aldaar door de
scherpregter gebragt te werden aan een paal daartoe opgerigt,
vervolgens een weijnig gewurgt en alsdan brandende stroo in
haar aangesigt geblakert te werden totdat er de dood opvolgt,
en dat het dode lighaam vervolgens sal werden gezet opeen rad
buijten deeze plaatse op den galgeberg.
________________________
de voornoemde Jannetje Claas Proel ter opgemelde sake gebragt
te werden ter plaatse daar men alhier gewoon is publique
Criminele Justitie te doen omme aldaar wel strengelijk met roeden
te werden gegeesselt, met een bos stroo hangende boven haar
hooft, en vervolgens van daar weder te werden gebragt voor dat
deselve bos stroo in volkomen brand en vlammen zal wesen gestelt,
bannen haar voorts, voor altoos uijt de Lande van Holland en
Westvriesland, sonder oijt daar weder te mogen komen, op poene
van swaarder
straffe.
_____________________________________________________________________
Opmerkingen FdG:
De aanklager en eiser in dit proces was de Schout van Naarden.
De eis was meestal onmenselijk. In dit geval martelen tot de
dood erop volgde. Het martelen vond openlijk plaats naast het
Stadhuis in de huidige Raadhuisstraat. Aldaar werd een schavot
opgericht. De scherprechter was steeds de beul uit Haarlem.
De Galgeberg lag aan de Bussummer Vaart aan de huidige Jan
Steenlaan.
Het vonnis werd geveld door de Schepen van Naarden. Vaak
werd de onmenselijke eis afgezwakt. Na de verschrikkelijke
afstraffing werd de jeugdige Jannetje Claas Proel verbannen
uit de gewesten Holland en Westvriesland.
Onder het luiden van het stadhuisklok werd iedere
verbannen persoon de stadspoort uit geleid. In dit geval via
de Utrechtse poort. In de praktijk betekende dit, dat Jannetje
zich kon vestigen in het gewest Utrecht. Zij kon gaan wonen in
Eemnes op een steenworp van haar geboortedorp Laren.
Haar vader Claas Jansz Proel komt voor in een geschrift van
Lambert Rijcksz Lustigh.
_______________________________________________________________________
Gooijer Verhalen
Criminele Rol
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagins.nl/
Arson - Brandstichting 1722 in Laren
Jeugdige brandstichtster
Op 6 oktober 1722 stond in Naarden voor poging tot
brandstichting terecht Jannetje Claas Proel. Hieronder een
gedeelte van het verhoor en vonnis, zoals dat is vastgelegd
in de Criminele Rol van Naarden.
Jannetje Claas Proel tussen 13 en 14 jaar uit Laren .......
in een kopje een koolvuur van de haart van haar vader Claas Jansz
Proel hadde genomen en t'selve gelegt onder een schelf stroo,
groot 300 bossen, staande omtrent 1 a 2 voeten ten zuyden het
huijs alwaar haar vader en moeder in was wonende, dat daar kort
als de voorn schelfstroo beginnen te smeulen en enigsints van
brand te geraken gelukkig is geblust geworden.
Dat sij gedetineerde vervolgens siende dat haar onnatuurlijke
voornemen was mislukt te selvigen dage des namiddags tusschen
drie en vier uijren (als wanneer haar gedetineerde moeder bij een
van haar buren was gegaan) weder heeft genomen enig vuur van
de voornoemde haardstede en t'selve gelegt onder een schelfstroo
staande ten zuyden omtrent 5 a 6 voeten van het voorn huijs
alwaar de wint alsdoen op was aankomende waardoor dezelve
mede in brand is geraakt en geheel verteert geworden en door t
'twelke brand vervolgens de bomen tegen de voorn schelfstroo
gestaan hebben de voor een gedeelte als mede de want van de
voorn schuur en het riete dak aan brand is geraakt . ......... dat
sij sulx hadde gedaan om seeckere Barber Piters (die op cragtige
presentie ter sake voorn op de Stadhuijze alhier enige tijd heeft
gezeten) te beschuldigen uijt nijdigheit, en was het mogelijk gem.
Barber Piters te brengen in handen van justitie. Dat sij
gedetineerde enige tijd geleden een doosje en daarin 10 duyten
hadde genomen uijt het huijs van Lamb. Jansz tot Laren
toebehorende deselfs dogter. ........ enz
sal werden gebragt ter plaatse daar men alhier gewoon is
publicque Criminele justitie te doen, en aldaar door de
scherpregter gebragt te werden aan een paal daartoe opgerigt,
vervolgens een weijnig gewurgt en alsdan brandende stroo in
haar aangesigt geblakert te werden totdat er de dood opvolgt,
en dat het dode lighaam vervolgens sal werden gezet opeen rad
buijten deeze plaatse op den galgeberg.
________________________
de voornoemde Jannetje Claas Proel ter opgemelde sake gebragt
te werden ter plaatse daar men alhier gewoon is publique
Criminele Justitie te doen omme aldaar wel strengelijk met roeden
te werden gegeesselt, met een bos stroo hangende boven haar
hooft, en vervolgens van daar weder te werden gebragt voor dat
deselve bos stroo in volkomen brand en vlammen zal wesen gestelt,
bannen haar voorts, voor altoos uijt de Lande van Holland en
Westvriesland, sonder oijt daar weder te mogen komen, op poene
van swaarder
straffe.
_____________________________________________________________________
Opmerkingen FdG:
De aanklager en eiser in dit proces was de Schout van Naarden.
De eis was meestal onmenselijk. In dit geval martelen tot de
dood erop volgde. Het martelen vond openlijk plaats naast het
Stadhuis in de huidige Raadhuisstraat. Aldaar werd een schavot
opgericht. De scherprechter was steeds de beul uit Haarlem.
De Galgeberg lag aan de Bussummer Vaart aan de huidige Jan
Steenlaan.
Het vonnis werd geveld door de Schepen van Naarden. Vaak
werd de onmenselijke eis afgezwakt. Na de verschrikkelijke
afstraffing werd de jeugdige Jannetje Claas Proel verbannen
uit de gewesten Holland en Westvriesland.
Onder het luiden van het stadhuisklok werd iedere
verbannen persoon de stadspoort uit geleid. In dit geval via
de Utrechtse poort. In de praktijk betekende dit, dat Jannetje
zich kon vestigen in het gewest Utrecht. Zij kon gaan wonen in
Eemnes op een steenworp van haar geboortedorp Laren.
Haar vader Claas Jansz Proel komt voor in een geschrift van
Lambert Rijcksz Lustigh.
_______________________________________________________________________
Gooijer Verhalen
Criminele Rol
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagins.nl/
Arson - Brandstichting 1722 in Laren
